Dier Geslachtsrijp Draagtijd Jongen Aanschaf vanaf Leeftijd tot
(jaar)
Hond-klein 6-9 maanden ca. 9 weken 2-6 8 weken 12-15 jaar
Hond-groot 6-15 maanden ca. 9 weken 3-12 8 weken 11-13 jaar
           
   
  De hond  
   
  U wilt een pup, wat nu?
Let op, niet alle fokkers zijn even betrouwbaar. Als u bij nestjes gaat kijken, zijn er een aantal zaken waar u op moet letten. >> lees meer op www.dierenbescherming.nl
De beste gezinshonden komen uit een nestje in de huiskamer, met een hele lieve moederhond.
 
   
 
   
Garantie
Als u de pup opgehaald heeft, raden we u aan , om snel een eerste afspraak te maken. We beoordelen de gezondheid van de pup, kijken naar het gedrag, en geven u de juiste adviezen over de verzorging en voeding van het dier. We praten over aspecten van de Opvoeding. Een pup leert gedrag makkelijker AAN dan AF !! U krijgt van ons een puppy pakket, met alle eerste hulpmiddelen voor de eerste weken.

Mocht er iets ernstigs mis zijn met de pup,(bv ernstige hartkwaal), kunt u hem nog terugbrengen bij de fokker, voordat uw gezien er al te zeer aan gehecht geraakt is.
Of wanneer het dier last heeft van parasieten, kan al zo snel mogelijk begonnen worden met de behandeling.
 
   
 
   
De entingen
Een goed entschema voor een pup bestaat uit drie entingen. De eerste op een leeftijd van 6 weken, dit gebeurt nog in het nest. De tweede enting drie weken hierna op een leeftijd van 9 weken. De derde enting weer 3-5 weken daarna op een leeftijd van 12-14 weken . Vervolgens wordt het dier jaarlijks ingeent.

Indien het dier in het eerste jaar geen gezondheidsproblemen heeft, hoeft het niet meer in de dierenkliniek te komen. Voor de grotere hondenrassen bieden we (gratis) een aantal groeibegeleidingsafspraken aan. Daarin wordt met onze assistent Tosca bekeken of de groei volgens het goede schema loopt. Gewrichtsproblemen van de grote honden in het latere leven ontstaan voor een groot deel in het eerste levensjaar.
 
   
 
   
Castratie en/of Sterilisatie
Een andere reden voor een bezoek aan de kliniek in het eerste levensjaar kan de castratie en/of sterilisatie betreffen. Bij teven vinden we het optimale tijdstip tussen de eerste en tweede loopsheid. Bij reuen is het afhankelijk van de heftigheid van het (ongewenst) mannelijk gedrag, wat bepaald of castratie wenselijk is.

Opvoeding en gedrag
Het gedrag van een jonge hond is in grote mate te beïnvloeden. Opvoeden is in wezen het gedrag beïnvloeden op een manier die u wenselijk is. Hoe beter u het aanpakt, hoe sneller en efficiënter u uw doel bereikt. In dit verband is het aan te raden om deel te nemen aan een puppy cursus op een hondenvereniging. Daar krijgt u ook aanwijzingen en tips om uw pup te voeden. Een pup doorloopt de leeftijdsfasen van baby tot volwassenheid in ongeveer een jaar. Dit betekent, dat de opvoeding direkt begint, en u het direkt goed aan moet pakken.

Maar het blijven uw eigen keuzes. Niet elk dier hoeft op dezelfde manier gedrild te worden. Uw gezin is geen legeronderdeel. Maar u moet zich wel realiseren, dat er sprake is van een baas-hond relatie. Als u uw rol als baas niet goed uitvoert, kunt u de hond erg onzeker en ongelukkig maken. Dus als u uw pup uit vriendelijkheid heel weinig commando's geeft, kan het een averechts effect hebben.
Wij werken samen met Simone van der Hoeven uit Bilthoven. Zij is een gedragsdeskundige voor dieren en ze werkt volgens de Tinley methode. Indien er serieuze gedragsproblemen lijken te of zijn ontstaan, verwijzen we u naar haar door.
 
   
 
   
Uw hond is volwassen en in de hoogte uitgegroeid.
Indien u de dagelijkse hoeveelheid voer niet wat terugneemt, groeit de hond verder, maar dan in de breedte. Bij dieren, die gecastreerd (of gesteriliseerd) zijn, gebeurt dit nog sneller. Het gevolg is overgewicht, wat het dier lui en snel moe maakt. Daardoor bewegen ze minder, raken minder energie kwijt, worden ze weer dikker en de cirkel is rond. Dieren zijn net mensen, overgewicht verhoogt de kans op aandoeningen aanzienlijk.

Hoeveel uw dier zou moeten gaan wegen is tijdens de opgroei nog niet te zeggen. Wij kijken naar de volgroeide hond en dan beoordelen we de hoeveelheid onderhuids vetweefsel . Vervolgens wegen we de hond en dan benoemen we het streefgewicht.

 
   
 
   
Uw hond is te dik
Mocht uw hond veel te zwaar blijken te zijn, en heeft u al tevergeefs geprobeerd hem af te laten vallen, kunnen we u nog een effectieve methode aanbieden, het zg "weight reduction " programma . Met behulp van ons calorie arme dieetvoer en een computerprogramma kunnen we de gewichtsverandering van uw dier nauwkeurig volgen en sturen. Zonder dat het voor uw dier op een nachtmerrie uitdraait.
 
   
 
   
Jaarlijkse inenting
Bovenstaande wordt meestal besproken tijdens het bezoek aan de dierenarts voor de eerste jaarlijkse enting. Gedurende het hele leven komt uw dier met virussen en andere ziekteverwekkers in aanraking. Daar word het dier soms ziek van. Dan kunt bv maagdarmklachten zien, zoals braken en diarree. Luchtweginfecties komen vaak voor, variërend in ernst tussen niezen en longontsteking. Een aantal ziektes grijpen in op de vitale organen zoals lever en nieren. Dan kan het dier aan de ziekte overlijden.

Tegen een aantal dodelijke ziektes zijn vaccins ontwikkeld, waardooor het dier goed beschermd wordt. Deze vaccinatie dient elk jaar herhaald te worden, om de bescherming op het gewenste niveau te houden. Onze jaarlijks "cocktail" enting bevat entstof tegen 5 verschillende ziektes.

Extra entingen
We raden aan, om dieren die (tijdelijk) veel kontakt hebben met andere dieren extra in te enten tegen kennelhoest. Bijvoorbeeld voor het bezoek aan een pension, of wanneer u regelmatig in clubverband met uw hond aan het werk bent.
Een laatste veel toegepaste vaccinatie is tegen hondsdolheid. Deze enting is verplicht voor dieren die meegenomen worden naar het buitenland. Binnen de EG zijn de regels betrekkelijk eenvoudig. Met uitzondering van de landen Groot- Brittanie, Noorwegen en Zweden. Buiten de EG zijn de regels wisselend. Per jaar moet opnieuw geïnformeerd worden hoe de stand van zaken is. (meer info......).
 
   
 
   
Vlooien,wormen en teken
Als een dier vrij is van parasieten en het komt niet in kontakt met andere dieren, is de kans op besmetting te verwaarlozen. Voor een hond zal dit over het algemeen niet gelden. Bij het kruisen van een route van een ander dier, is er al de eerste besmettingskans van wormen en vlooien. Dit is de dagelijkse gang van zaken, en zeker niet iets om bezorgd om te zijn. Een gezond dier heeft een goede weerstand tegen parasieten en blijkt vaak niet aantrekkelijk te zijn. De "besmetting" krijgt dan geen voet aan de grond. Vaak merken we bij verlaging van de weerstand, dat er wel een probleem met wormen en vlooien ontstaan. Deze kans neemt ook toe, wanneer de infektiedruk groter wordt. Dat gebeurt bij hogere omgevingstemperaturen en bij veel dieren op een klein oppervlak , zoals in een woonwijk of een dierenpension.
Het is erg moeilijk om te beoordelen hoe ernstig een dier besmet is met wormen en/of vlooien. Dat is de reden , dat standaardbehandelingen worden toegepast, zoals twee maal per jaar een ontworming, en een aantal keer per jaar ontvlooien.

Tekenziekte:
Voor teken geldt een ander verhaal. Teken komen op het dier via struikgewas. Teken kunnen nauwelijks van het ene dier overgaan op een ander dier. Dus indien een dier nooit door de struiken loopt, zal het niet besmet raken door teken.
Op de plaats waar een teek zich vastbijt ontstaat een bultje, dit kan maanden blijven bestaan. Het dier heeft daar geen last van, omdat de tekenbeet voor lokale pijnloosheid zorgt. De teek zuigt vervolgens bloed, en laat los als de teek genoeg heeft.
Het grote gevaar van teken schuilt in het overbrengen van (dodelijke) ziektes, zoals de ziekte van Lyme. Dit gevaar is heel duidelijk, wanneer u het dier meeneemt naar subtropische gebieden. In landen rond de Middelandsche Zee vinden elk jaar opnieuw weer besmettingen plaats. De laatste twee jaar komen er berichten, dat dergelijke ziekten ook in Nederland opgedaan kunnen worden. De teken in Nederland dragen deze (sub)tropische ziekten ook bij zich !!! Mogelijk is dit weer een aanwijzing voor een klimaatsverandering in onze streken. De dieren kunnen dan ziek worden zonder in het buitenland te zijn geweest.
Er bestaat een tekenband, met de naam scalibor. Deze geeft de beste bescherming tegen het aanhechten van teken, waardoor besmetting van honden en kattenvoorkomen wordt.
 
   
 
   
De oudere hond (senioren)
Kleine honden leven over het algemeen langer dan grote honden. Reuzenrassen worden gemiddeld 8-9 jaar oud, kleine rassen gemiddeld 14 jaar, met uitschieters naar 16-18.
Dus een grote hond is ook eerder oud dan een kleine hond. Een ouder wordend dier is te herkennen aan een stramme manier van bewegen, grijze haren op de snuit en masker, staar op de ogen, aanslag op het gebit, invallende spiergroepen, bv op de schedel, rug en achterhand. Het lichaam kan dan nog steeds goed functioneren, zeker als de baas rekening houdt met de beperkingen van zijn bejaarde vriend.
MAAR.........."De ouderdom komt met gebreken".
Het dier verliest zintuigfunkties; slechter horend tot doof, slechtziend tot blind. Stramheid kan overgaan op pijnlijkheid en onwil om te bewegen.
De organen funftioneren minder, en uiteindelijk ontstaan er klachten. Vooral wanneer de nieren en het hart het laten afweten kan het dier door ouderdom sterven. Afhankelijk van de ernst en de snelheid waarop de klachten zich ontwikkelen kunnen medicijnen gebruikt worden om de levenskwaliteit te verhogen.
In onze kliniek werken we met een "senior care " programma. Door een gerichte check up brengen we in kaart hoe goed de vitale organen nog functioneren en kunnen we in een vroeg stadium bijsturen en voorkomen, dat er daadwerkelijk serieuze klachten optreden.
 
   

 

Artikelen

 
   
<< Terug