Video:

Rondleiding

Video:

Frits van der Plaat

Dierpas

Video:

Tineke Deden

Video:

Geert Bijvoet

U-pas houders sparen bij ons met 15%
Sparen met de dierpas

De oudere hond

Met het stijgen der jaren neemt ook bij de hond de kans op problemen toe. In dit artikel zal ik de meest voorkomende kwalen behandelen. Hiernaast vindt u enkele tips over de voeding en verzorging van de oudere hond.

Leeftijd
Wat is oud? Vaak wordt gesteld dat een hondejaar gelijk staat aan zeven mensenjaren. Dit gaat niet helemaal op. Kleine honderassen kunnen vaak hoge leeftijden bereiken, terwijl de grote rassen niet zo oud worden. Voor kleine rassen is 13 jaar geen uitzondering, terwijl grote rassen blij mogen zijn als ze de 10 jaar halen.
Ook het verhaal dat kruisingen ouder zouden worden dan rashonden is niet juist.
Als we rekening houden met de grootte van de hond dan is voor de levensverwachting niet veel verschil tussen bastaarden en rashonden.

Voeding en verzorging
Net als bij ons gaat alles bij het oudere dier ook wat trager. Het uithoudingsvermogen neemt af, gezicht en gehoor worden minder en het dier heeft meer behoefte aan rust. Hou hier rekening mee en gun uw hond wat meer tijd.
Hoewel er tegenwoordig veel zogenaamde seniorendieeten op de markt zijn is het niet nodig de voeding van uw huisdier te wijzigen zolang het dier gezond is. Bij overgewicht ,lever- of nierkwalen ligt dit natuurlijk anders en is dieetvoeding wenselijk of zelfdsnoodzakelijk. Oudere dieren zijn minder aktief dan de jongere en hebben daardoor een lagere voedingsbehoefte. Let hier op, anders kan uw hond te zwaar worden. Het dier wordt toch iets zwakker en heeft meer te torsen De vacht heeft meer verzorging nodig. Oude honden kunnen een zware vachtlucht hebben, vooral als ze nat zijn. Dit wordt vooral veroorzaakt door de samenstelling van het huidvet (talg). Wassen met een speciale hondenshampoo is een goede oplossing.
Tip: Wordt de vacht van uw hond erg droog na het wassen, spoel hem dan na met water met daarin een beetje badolie, dan brengt u weer wat vet terug in de vacht.
Het is nuttig om één keer in de week de hond even helemaal na te kijken. Let op de oren, het gebit en op mogelijke gezwellen, bultjes. Bij teven is het belangrijk om de melkklieren regelmatig op knobbeltjes te kontroleren. Bij dit soort tumoren geldt dat hoe eerder er ingegrepen wordt, des te groter de overlevingskansen voor de hond zijn.

Ziektes
Met het stijgen der jaren neemt ook bij uw huisdier de kans op ziektes toe.
Veel van deze kwalen zijn het gevolg van slijtage of veroudering van het weefsel.
Voorbeelden zijn staar, gewrichtsslijtage , gebitsproblemen en sommige hartklachten.
Ook het afweerstelsel is minder aktief, waardoor uw oudere dier meer kans heeft op allerlei infectie ziekten en gezwellen. De weerstand tegen omgevingsinvloeden daalt.
Dit is de reden waarom ook een oudere hond regelmatig ingeënt moet worden. U kunt dit vergelijken met de griepprik bij bejaarde mensen. Uw huisdier blijft dan voor deze ziektes (Hondeziekte, Parvo, Weill, etc ) gespaard.
Doofheid bij deze patienten is vaak niet behandelbaar (voor de eigenaar ontstaat dit vaak heel plotseling). Er bestaan voor honden geen hoorapparaten. Vaak lukt het de baas en de hond om te communiceren door middel van gebarentaal. Een dove hond is niet meer verkeersveilig en zal dus aan de lijn uit moeten. De ogen van een hond zijn niet erg goed en daarom vertrouwt deze altijd al het meest op zijn reuk en oren. Een verminderd gezichtsvermogen kan verschillende oorzaken hebben. Grijze staar,te herkennen aan een blauwgrijs verkleuring van het oog, is een echte ouderdoms kwaal. Het leidt maar zelden tot blindheid. Dit is operatief te verhelpen, mits de staar ‘rijp’ is en het oog geen andere afwijkingen vertoont. Vaak treffen we dan ook een aantasting van het netvlies aan.
Een andere oorzaak is nachtblindheid, een erfelijk gebrek wat op oudere leeftijd tot totale blindheid kan leiden. Poedels en verschillende jachthondenrassen zijn hier gevoelig voor. Er is geen genezing mogelijk.
Nieraandoeningen geven vage klachten. De hond is sloom en lusteloos, valt af, z’n vacht wordt dof en soms gaat het dier meer drinken en dus meer plassen. Soms is veel plassen het enige wat de eigenaar opvalt. Alleen door urine- en bloedonderzoek kan met zekerheid worden vastgesteld of een dier een nierkwaal heeft. De behandeling bestaat uit het geven van dieetvoeding, eventueel aangevuld met medicijnen. Hartklachten bij de oudere hond komen meestal door lekkende hartkleppen. Met medicijnen en een aangepast dieet kunnen deze dieren geholpen worden.
Gebitsproblemen komen zeer veel voor. Het kan varieren van wat tandsteen en een bedorven adem tot een volkomen rot gebit. Behandeling is dankbaar; het dier is verlost van een hoop irritatie en de baas van veel stankoverlast.
Bij teven vormen baarmoederontstekingen en melkkliergezwellen de twee belangrijkste doodsoorzaken. Typisch voor een baarmoederonsteking is een hond die ongeveer 6 weken na de loopsheid ziek wordt. De hond is lusteloos, eet slecht, drinkt veel en heeft soms een vieze uitvloeiing.
Dit hoeft niet.
Een snelle behandeling is noodzakelijk, uitstel kan dodelijk zijn. De teef moet geopereerd worden om de zieke baarmoeder te verwijderen. Bij oudere reuen zien we veel prostaatklachten. Het dier doet lang over de plas, perst of plast zelfs helemaal niet meer en wordt sloom. Soms ziet men het verlies van kleine druppeltjes bloed, onafhankelijk van de plas.
Het gaat hier meestal om een goedaardige vergroting van de prostaat met soms een ontsteking erbij. De aandoening laat zich goed behandelen, maar wil nog wel eens terugkomen. Prostaatkanker komt bij de reu gelukkig maar zelden voor.
Afwijking van het normale gedrag vooral als het dier sloom wordt kunnen beter gecontroleerd worden op verhelpbare problemen.